De Vrijheid – Beesd

“De vrijheid”

De Vrijheid is een korenmolen aan de Molendijk even buiten Beesd.
in de Nederlandse gemeente Geldermalsen. In 1826 werd de molen verkocht aan de molenaar Fransiscus Moot,
die een gevelsteen liet inmetselen. Op de plaats van De Vrijheid stond al sinds de 14e eeuw een dwangmolen
die onder de abdij Mariënweerd viel. Het exacte bouwjaar van de huidige molen is onbekend,
maar ligt ergens in de 18e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden met de molen seinen gegeven aan het verzet.
Bij de restauratie in 1968 heeft de tot dan toe naamloze molen zijn huidige naam “De Vrijheid” gekregen, als herinnering hieraan.

De molen is uitgerust met 1 koppel maalstenen.

“Molensteen /  maalstenen”
DSCN0658

Een molensteen is een ronde steen die onder andere in windmolens en watermolens wordt gebruikt
voor het malen van granen en andere producten, zoals boekweit, erwten en bonen,
lijnkoeken en eikenschors.
Verder voor het pellen van gerst (pelstenen), het openbreken van oliehoudende zaden (kantstenen).

Molenstenen hebben, afhankelijk van de toepassing, verschillende vormen en zijn op een andere manier bewerkt.

Maalstenen: In een korenmolen wordt het graan tot meel vermalen of gebroken door middel van twee (een koppel) molenstenen of maalstenen. Het scherpsel tussen de stenen kan, afhankelijk van het te malen product, verschillende patronen hebben. Voor het uitzetten van een nieuw scherpsel op een steen wordt een houten mal gebruikt. Om een maalsteen zitten twee ijzeren banden die voorkomen dat de steen in stukken uit elkaar kan vliegen. De stenen zijn voorzien van een rond gat, waardoorheen de steenspil steekt. De ronddraaiende steen, de zgn. loper, heeft aangrijpingspunten (meestal vier of twee, soms drie) voor de rijn die hem met de steenspil verbindt.

Stenen met zwelggaten: Koekenstenen hebben zwelggaten om de brokken van de lijnkoeken tussen de stenen te krijgen. Ook eekstenen: hebben vaak zwelggaten om de fijngehakte eikenschors tussen de stenen te brengen.

Pelstenen: Het pellen gebeurt meestal op twee naast elkaar liggende koppels pelstenen. Een pelsteen heeft geen ijzeren banden, omdat een pelsteen met de zijkant de gerst pelt, over een metalen plaat met gaatjes die als een soort van rasp werkt. Ook is er geen scherpsel aanwezig, maar enkel een aantal ‘waaikerven’ om wind in het maalkoppel te genereren.

Kantstenen: kantstenen van een oliemolen hebben vierkante gaten en onderscheiden zich daamee van de andere molenstenen, die een rond gat hebben. Kantstenen rollen over een vlakke plaat, waarbij ze door middel van wrijving de zaden openbreken.

Grootte en gewicht
Er zijn verschillende afmetingen van molenstenen.
De oorspronkelijk afmeting werd uitgedrukt als diameter van de steen, in de Keulse palm.
Een 17der steen had oorspronkelijk een diameter van 17 palm (17 x 9,6 = 163,2 cm)
met een hoogte of dikte van 17 Keulse duim (17 x 2,4 = 40,8 cm).
Dit is de z.g. oude steenmaat. Later werd deze palm maat verdrongen door de Rijnlandse maat,
uitgedrukt in voeten en duimen.
Een 17 er had een diameter van 5 voet en 3 duim (5 x 31,4 + 3 x 2,6 = 164,8 cm).
Met de invoering van het metrisch stelsel werd de Rijnlandse voet en duim maat verdrongen door de Keulse,
hierdoor ontstond onze huidige steenmaat. Een 17er werd 5 Keulse voet en 3 Keulse duim (5 x 28,8 + 3 x 2,4 = 151,2 cm),
afgerond werd dit 150 cm. Zo heeft een korenmolen meestal 17der en/of 16der stenen,
maar ook 15der, 14der en 13der komen voor.
Stenen die kleiner zijn dan 13der worden wolfjes genoemd. De benaming “wolf” is een verbastering van de Duitse “zwölf” wat staat voor de oude steenmaat van 12 palm.

In sommige boeken wordt uitgegaan van de Amsterdamse voet,
waarbij een 17der een omtrek heeft van 17 Amsterdamse voet (17 x 28,3133 cm = 481,3261 cm) en een diameter van 153 cm (481,3261 gedeeld door pi).

Omrekenen van de oude steenmaat naar de huidige diameter in centimeters van een koppel is simpel: vermenigvuldig de waarde met 10 en haal er 20 af. Een 17der heeft een doorsnede van 150 cm, een 16der van 140 cm enz.

Een nieuwe loper is 40 cm dik en een nieuwe ligger 30 cm. Als de loper te dun geworden is wordt deze verder als ligger gebruikt.
Een loper moet een minimale dikte van 25 cm hebben en een ligger van 15 cm.

Foto van de vrijheid (molen is buitengebruik)

Beesd_-_molen_De_Vrijheid

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *